Stap 2: Breng de beginsituatie in kaart

10 000 stappen

Voor je tot actie overgaat, moet je eerst jouw gemeente of organisatie onder de loep nemen. Dat is cruciaal.

Bepaal jullie noden en behoeften en ontdek jullie sterke en zwakkere punten. Die informatie helpt je te bepalen waar je naartoe wil.

Hoe aanpakken?

  • Vraag aan de doelgroep wat hun behoeften en verwachtingen zijn (bv. via een vragenlijst of online poll, infomarkt, klankbordgroep, face to face bevraging op een activiteit waar veel kwetsbare doelgroepen naartoe komen,...). Extra aandacht voor kwetsbare groepen is hierbij belangrijk. Daarvoor moet je acties organiseren die inclusief zijn, dus voor iedereen. Hoe weet je nu of je acties of activiteiten laagdrempelig genoeg zijn en dus toegankelijk voor iedereen? Dat kan je checken met behulp van de acht B’s: bruikbaarheid, betaalbaarheid, bereikbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid, bekendheid, betrouwbaarheid en begrip.
    Meer concrete info en tips is te vinden in deze E-LEARNING-MODULE hoofdstuk 4 en 5.
  • Onderzoek het bestaande bewegingsaanbod om 10.000 stappen te versterken (bv. wandelingen en routestructuren, signalisaties in het straatbeeld, georganiseerde beweegactiviteiten of acties rond gezonde mobiliteit, douchemogelijkheden, fiets- of stapvergoeding …).
  • Organiseerden jullie vroeger ook al acties? Dat is interessant! Breng ook de vroegere en huidige acties rond beweging in kaart. Hiervoor kan je de gezondheidsmatrix van Gezond Leven gebruiken. Zo kan je oude acties nieuw leven inblazen voor een quick win. Welke lessen trokken jullie toen uit die acties?
  • Als jouw lokaal bestuur heeft deelgenomen aan de preventiepeiling kan je je resultaten terugvinden in het Dashboard. Je kan ze vergelijken met gelijkaardige lokale besturen. Die tool toont je meteen de positieve punten en groeikansen van je gemeente.
  • Observeer de beweegvriendelijkheid in de buurt (beschikbare infrastructuur en omgeving):
    • De buurtscan: een weergave van de ‘walkability’ van elke buurt en bijhorende woondichtheid, stratenconnectiviteit en functiemix. De tool toont ook buurten met kwetsbare groepen, zoals mensen met een laag inkomen, ouderen of gezinnen met jonge kinderen, en voorzieningen, zoals woonzorgcentra, assistentiewoningen,… Het is aan te raden om deze tool te gebruiken in overleg met verschillende beleidsdomeinen (bv. welzijn en ruimtelijke ordening).
    • OpenStreetMap: een tool die trage wegen en doorsteekjes lokaliseert om ze te verbeteren.
    • Geopunt: geografische data in kaartlagen met ook info over sportfaciliteiten, De Lijn-haltes,…
    • Speelweefselkaart: een online kaart met verschillende ‘lagen’ van het groene speelweefsel. Denk aan: straten, bossen, speelzones, gemeentelijke speelterreinen, fietspaden, doorsteekjes, trage wegen,...
    • Een cijferrapport van lokale besturen met lokale gezondheidscijfers: inventaris met alle bronnen van Vlaamse en lokale gezondheidscijfers over de kwaliteit van de publieke ruimte, actieve verplaatsingen,… Sommige Gezondheidsmakers hebben al cijferrapporten opgemaakt per gemeente. Vraag ernaar bij de contactpersoon van jouw Gezondheidsmakers.
  • Wat nog beter is om een goed beeld te krijgen van de huidige situatie: eropuit trekken! Doe samen een knelpuntenwandeling met mensen van de doelgroep. Daarvoor gaan jullie in de buurt rondstappen en pijnpunten in kaart brengen, zoals slechte voetpaden, onveilige oversteekplaatsen,...


Eens je alle info hebt verzameld en de gegevens geanalyseerd, kan je ze verwerken in een verslag. Gebruik dit verslag om in de volgende stap acties te bedenken en af te toetsen.

Analyse door ondernemingen

De werksituatie en taken van de werknemers (= takenprofiel) bepalen in grote mate het succes dat het 10.000-stappenproject zal hebben in jouw onderneming. Want het takenprofiel bepaalt welke flexibiliteit jouw medewerkers hebben om op het werk te bewegen. Je kan jouw werknemers situeren in een van volgende vijf profielen:

De focus van het project kan liggen op 4 verschillende contexten waarbinnen de werknemers kunnen bewegen. Afhankelijk van het profiel van jouw werknemers kan je de focus van het 10.000-stappenproject aanpassen of combineren op maat:

  1. Meer bewegen ‘op het werk’ Bv.: Trap nemen in plaats van de lift of roltrap, bewegingstussendoortjes, wandelend vergaderen, lunchwandelen …
  2. Meer bewegen ‘door actieve verplaatsing’ Bv.: Te voet of met de fiets naar werk/winkel/familie, openbaar vervoer nemen, …
  3. Meer bewegen ‘in de vrije tijd’ Bv.: Spelen met de kinderen, wandelen, fietsen, sporten …
  4. Meer bewegen ‘in de thuisomgeving’ Bv.: Klussen, huishouden, tuinieren …

Zo zal personeel met zittend werk en flexibiliteit eerder aangezet kunnen worden om meer te bewegen op het werk. Personeel met staand werk zonder flexibiliteit daarentegen kunnen gemotiveerd worden om meer te stappen van en naar het werk, in de vrije tijd én in de thuisomgeving. Personeel met fysiek actief werk kunnen dan weer ontspanning halen uit bewegen in de vrije tijd (bv. wandelen met gezin, in de natuur …).